Belastingrente is niet discriminerend

Rente en Belastingdienst: een ongelukkige combinatie. Allereerst omdat er hierbij geen sprake is van een spiegelbeeldige combinatie. Rente die aan de fiscus betaald moet worden kent een andere regeling dan rente die door diezelfde fiscus betaald moet worden. Allemaal in het nadeel van de belastingplichtige uiteraard.
Dat is op zich al vreemd, maar dat daarbij in de vennootschapsbelasting ook nog eens wordt gerekend met een belastingrente van op jaarbasis meer dan acht (!) procent is wel heel erg pijnlijk. Toch kan dat hoge percentage de goedkeuring wegdragen van de belastingrechter.
Die was – ook in hoger beroep – van mening dat de hogere belastingrente voor de vennootschapsbelasting niet discriminatoir was. Volgens het hof kon namelijk niet worden gezegd dat de wetgever, met de keuze voor dit hoge percentage aan belastingrente, de grenzen van zijn beoordelingsvrijheid had overschreden.

In deze zaak had de betreffende vennootschap ook nog geprobeerd rente te besparen door alvast een bedrag aan vennootschapsbelasting vooruit te betalen. Als aan zo’n betaling echter geen (voorlopige) aanslag ten grondslag ligt heeft dat geen zin. De wet biedt daarvoor volgens de rechter de ruimte niet.