Loondoorbetaling na ontslag op staande voet

Even was er paniek onder werkgevers. Stel: men ontslaat iemand. Dat ontslag wordt – zoals meestal – aangevochten. De kantonrechter vernietigt het ontslag. Daarmee ontstaat er een verplichting tot loondoorbetaling. Dat kan als pijnlijk worden ervaren, bijzonder is het niet.

Wat in een recent berecht geval echter wel bijzonder was, was dat de werkgever tegen deze beslissing hoger beroep instelde en twintig maanden (!) later alsnog in het gelijk werd gesteld. De arbeidsovereenkomst werd dus alsnog beëindigd. De werknemer kon niet anders dan zich hierbij neerleggen, maar eiste wel doorbetaling van zijn loon over die periode van twintig maanden. Zijn arbeidsovereenkomst bestond immers tot aan het moment van de ontbinding daarvan. En de advocaat-generaal bij de Hoge Raad was het daarmee eens. De Hoge Raad oordeelde echter anders: het oordeel van het hof dat er geen recht bestond op loondoorbetaling omdat de werknemer in de periode van twintig maanden geen arbeid had verricht en dat aan zichzelf te wijten had was juist.
De werkgeversorganisaties hebben laten weten blij te zijn met het besluit. Begrijpelijk, maar ontslag op staande voet blijft een gebied met grote valkuilen.