Naar de rechter voor drie euro!

Bij parkeerbelastingen kunnen de emoties hoog oplopen, ook als het niet om groot geld gaat. Zo ook in een zaak waarbij iemand een naheffingsaanslag parkeerbelasting kreeg opgelegd. Tegen deze belastingaanslag werd bezwaar gemaakt, en dat bezwaar werd toegekend. De aanslag ging van tafel en er werd ook nog een proceskostenvergoeding toegekend van € 246.

Een veelvoud van het bedrag van de belastingaanslag overigens. Probleem was dat voor die kostenvergoeding men de tabel van vorig jaar had gebruikt: de vergoeding bedroeg inmiddels geen € 246 meer maar drie euro meer: € 249 dus. Belanghebbende liet het er niet bij zitten en stapte naar de rechter. Voor drie euro! De rechter kon niet anders dan mevrouw haar drie euro toekennen, maar kon niet nalaten op te merken hoe hij over de gang van zaken dacht. Een telefoontje of briefje had meer voor de hand gelegen dan een procedure, zo vond hij.
Uiteraard had belanghebbende in deze zaak weer recht op een vergoeding voor de door haar gemaakte proceskosten. De rechter kwalificeerde het belang van de zaak als ‘zeer licht’ en kwam zodoende uit op een vergoeding van € 125,25. Of tegen die beslissing weer beroep is ingesteld, is niet bekend …