Pijnlijk: dwarslaesie

De bekende gebruikelijk loon regeling van art. 12a Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB 1964) zorgt met grote regelmaat voor rechtspraak. Als uitgangspunt hierbij dient een dga die werkzaamheden voor zijn of haar vennootschap verricht een salaris op te nemen van ten minste € 44.000. Tegenbewijs is echter mogelijk.

Het overkwam ook een dga die zich als gevolg van een dwarslaesie (!) niet met de dagelijkse gang van zaken van zijn onderneming (een vastgoedonderneming) kon bezighouden. Zijn werkzaamheden bleven dan ook noodgedwongen beperkt tot het nemen van bestuursbesluiten en het controleren van werk van derden. Dat nam echter niet weg dat hij – volgens fiscus en rechter – arbeid in kwalitatieve zin had verricht voor zijn vennootschappen. De man had verder niet aannemelijk gemaakt dat lonen voor vergelijkbare functies lager liggen of gebruikelijk zijn. De Inspecteur had dan ook terecht een gebruikelijk loon in aanmerking genomen van € 44.000.
Het moet gezegd: dit is een harde beslissing. Wat u er van kunt leren is dat in omstandigheden waarin een dga (langdurig) ziek is of een lichamelijke beperking heeft u er dus niet zonder meer op mag vertrouwen dat geen of slechts een laag zakelijk salaris opgenomen moet worden. U zult actief op zoek moeten gaan naar vergelijkbare gevallen als u er in overleg met de fiscus niet uit komt.